Eilanden voor Plaagdieren



Op de Marker Wadden-werkloods in Lelystad van baggerbedrijf Boskalis staat de illustere eend afgebeeld: het nonnetje. Dat is een kleine witte duikeend die spiering lust, het visje dat naar komkommer ruikt. Nonnetjes zwemmen vaak rond bij de Houtrib-sluizen en langs de Houtribdijk die het IJsselmeer doorsnijdt. Zo ontstond in 1976 het Markermeer.

 

Dat meer bevindt zich volgens de ecologische toetsing en spelregels van Natura 2000- Brusselse natuurregulering- nu in ‘ongunstige staat van instandhouding’. Die probleemstatus betekent zoiets als: ‘overheid verbeter de leefomstandigheden voor dieren’. In dit geval kwamen vis-etende vogels op de probleemlijst door het Wageningse bureau Alterra, dat meestal de Natura 2000- spelregels en doelen in Nederland formuleert, als voorkeursinstituut voor de overheid.

 

Het nonnetje is 1 van de vogels op de verbeterlijst, die van Marker Wadden zou profiteren. Die naam staat voor een project onder leiding van Rijkswaterstaat in het Markermeer. Het betreft vijf door Boskalis opgespoten zand-eilandjes van in totaal 1000 hectare met ringdijk. Binnen die ring- een soort slib-bezinkingsdepot- zou jaarlijks 1 miljoen kuub slib bezinken, met helderder water in het Markermeer tot gevolg.

 

Roel Posthoorn-projectleider voor Natuurmonumenten- formuleert de ecologische logica van Marker Wadden zo: ‘Er zit veel slib in het meer en daardoor groeien er weinig zoetwater-mosselen en waterplanten. Dat is dus een minimale voedingsbodem voor vissen, en vissen zijn juist weer nodig voor de instandhouding van vogels. Van sommige soorten flora en fauna in dit gebied is nog maar 5 procent over. Om het tij te keren leggen we de Marker Wadden aan.’

 

 

Andere zorg-soorten als de fuut, zwarte stern en visdief staan ook op de werkloods geschilderd. Die namen in de jaren ’90 af, net als het nonnetje. Die afname leidde al in 2006 tot vermelding van de probleemstatus van het Natura 2000-gebied het Markermeer. Na een procedure van Vogelbescherming Nederland kwam in 2012 nog meer druk op de Natura 2000-ketel.

 

De Ministeries van Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu en de provincies Noord Holland en Flevoland vreesden dat een juridisch slot kwam op voorgenomen bouwactiviteit rond het Markermeer. Zoals woonwijken. Wanneer overheden willen bouwen in of rond het meer, dan houdt de rechter dat tegen met beroep op Natura 2000.

De Marker Wadden zouden nu zowel de vogels als de overheid van een probleem verlossen.

 

De vogels zouden op 4 van de 5 eilandjes die niet publiek toegankelijk zijn hun ruimte en rust vinden. En de Marker Wadden zouden zo ecologische speelruimte geven voor overheden. Als die elders willen bouwen in het meer, kunnen ze met de Marker Wadden-marketing van Natuurmonumenten wuiven: kijk, wij hebben extra natuur gemaakt. Dus kan hier best een toefje groen verdwijnen.

 

Helder water met minder slib, zou dus leiden tot meer voedsel voor meer vogels. Maar die bewering- ‘schoon’ water geeft meer voedsel- weerspreekt basale biologie. Dat blijkt als je verder kijkt dan de marketing van Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat en vogelgraffiti op de Boskalis-loods. Zo is slib alvast niet de hoofdoorzaak van de – op papier omschreven- ecologisch slechte toestand met te weinig vogelvoer. Deltares-onderzoeker Ruurd Noordhuis schrijft in het blad ‘Landschap’ in 2014 bijvoorbeeld: ‘Begin jaren ’90 is het doorzicht in het Markermeer-IJmeer afgenomen. Er was echter geen sprake van toename van slib (zwevend stof) op dat moment’.

 

Een belangrijkere factor die de ecologie van het meer beïnvloedt, lijkt milieubeleid van de overheid. Neem de Kaderrichtlijn Water, die de hoeveelheid fosfaat in water met een ruimte factor 10 moest verlagen. Dit beleid tegen fosfaat in het water- bedoeld om de helderheid te verbeteren- verarmt de basis van het voedselweb van het Markermeer. Zoals boerenland minder gewas oplevert zonder bemesting, zo levert fosfaatarmer water minder voedsel aan de basis van het ecosysteem.

Ecoloog Dirk Sarpe van het NIOO in Wageningen toonde op het ecologencongres van de Necov in Lunteren- dat de steeds lagere fosfaatgehaltes in het water een slechtere kwaliteit algen geven. Die zijn het ‘gras’ waarop de grazers van het ecosysteem grazen, de watervlooien. Minder voedselrijk water met voedselrijke algen, betekent minder vreten voor mosselen en watervlooien. Die watervlooien zijn voedsel voor vis, als spiering. Het vogelvoer waar alles op papier om begon, daar is door milieubeleid dus steeds minder van. De neergaande trend van spiering sinds 1990 houdt gelijke tred met milieubeleid van de overheid tegen fosfaat.

De tientallen miljoenen overheids-euro’s voor Marker Wadden begunstigen dus niet het voedsel voor de nonnetjes, visdieven en futen, zoals voor Natura 2000 moest. Ze spekken vooral de rekening van begunstigde instituten als Rijkswaterstaat en Boskalis. Laatstgenoemde investeert 2 ton euro maar krijgt er een veelvoud aan gesubsidieerde werk-gelegenheid voor terug. De Rijksoverheid gebruikt het slib-project vooral als ‘groene aflaat’ – compensatie- voor voorgenomen bouwprojecten in het Natura 2000-gebied. Dat blijkt uit documentatie van het ministerie verkregen met de Wet openbaarheid bestuur (Wob).

In 2006 werd daarom de term ‘Toekomst Bestendig Ecologisch Systeem’ (TBES) bedacht. Groene TBES- projecten dienen ter compensatie van natuur-impact door bouwprojecten. De eerste fase van die TBES zou dienen ter compensatie van de IJmeer-tunnel en Hollandse Brug . Zo zouden voor ongeveer 70 miljoen euro groene tegenmaatregelen nodig zijn, en bij het ‘eindbeeld’ uiteindelijk maximaal 880 miljoen euro aan ‘nieuwe natuur’.

Op die eerste fase tekende Natuurmonumenten in met de Marker Wadden op 13 juli 2012. Voor een ‘toekomstbestendig Markermeer’. Met de nu bij Provincie Flevoland werkzame ambtenaar- ecoloog Jacco Maissan- toen Ministerie van I&M en directeur generaal Chris Kuijpers kreeg het project in september voorrang op andere kandidaten, zodat ze publiek geld uit het Lente-akkoord konden krijgen. Twee ministeries doneerden met 2 provincies uiteindelijk ongeveer 50 miljoen euro.

Met beroep op ‘Natura 2000’ – een publieke noodzaak- en maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water werd die publieke financiering aangewend. Geld voor wat eigenlijk een grootschalig slib-experiment is van Boskalis, Rijkswaterstaat en bureaus als Royal Haskoning DHV. Dat bureau leverde de ‘wetenschappelijke’ onderbouwing van het Marker Wadden-plan. Dergelijke projecten vermarkten zij als ‘Building with Nature’.

De overheid zette vervolgens de Crisis- en Herstelwet (zie kader) in voor Marker Wadden. Om Boskalis de 20 miljoen kuub zand in het Natura 2000-gebied Markermeer te kunnen laten winnen. Zo verviel – vanuit ecologische gronden- de bezwaarmogelijkheid tegen de ontgrondingsvergunning in Natura 2000-gebied. Rijkswaterstaat vroeg alle natuurvergunningen aan bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Die inspectie valt, net als Rijkswaterstaat, onder het eigen Ministerie. Het zelfde ministerie waar Chris Kuijpers directeur- generaal is. En waar Kuijpers- zoals uit de Wob-documentatie valt op te maken— zelf actief meehielp om Marker Wadden voorrang te geven.

Plaagdieren als grauwe ganzen profiteren het meeste van meer rietmoeras. Natuurmonumenten wist dat, maar gaf meer voorkeur aan de publicitaire waarde van Marker Wadden dan het halen van Natura 2000-doelen, zo tonen gegevens uit het Wob-verzoek

En zo vindt de bouw van een slibdepot in natuurgebied op grotendeels publieke kosten dan probleemloos doorgang. Normaliter is daarnaast voor het opspuiten van een zandeiland- zoals de Tweede Maasvlakte- in Natura 2000-gebied omvangrijke natuurcompensatie nodig is. Nu heet bouwen in Natura 2000 en omvangrijke zandwinning zelfs goed voor nonnetje en fuut. Terwijl van het rietmoeras dat ontstaat vooral reeds als plaag bestreden dieren als de grauwe gans profiteren

Projectdirecteur Andre Rijsdorp – tevens schrijver van het Marker Wadden-plan in 2012- reageert per e-mail, bij vragen over belangenverstrengeling: “Dit systeem vraagt van derden zoals de burger om vertrouwen in de integriteit van de handhavende instanties. Ik zie de kwetsbaarheid maar ik hoop dat mijn inhoudelijke antwoorden laten zien dat er met betrekking tot Marker Wadden geen aanleiding is om te twijfelen aan de integriteit. Ieder ander met hetzelfde voornemen had evenzeer de benodigde vergunningen verkregen.”

 

Je zou die laatste toezegging als kleinere particuliere natuurliefhebber eens moeten testen.