Mythisch Diepzeemonster



De Curasub van Naturalis verkent de diepzee op zoek naar nieuwe levensvormen. Foto: Naturalis


Elsevier 8-12-2016

Met een meeslepend boek over zijn jachtavontuur op arctisch monster de Groenlandse Haai, maakt journalist Morten Strøksnes voelbaar hoe weinig bekend is van leven in de diepzee.

De gevaarlijkste dieren op aarde voor mensen zijn muskieten in de Anopheles-familie, vectoren van malariaparasieten. Volgens de World Health Organisation sneuvelden afgelopen jaar nog 433 duizend mensen aan Malaria. Toch zul je in media eerder lezen dat er jaarlijks een tiental mensen sneuvelen door een haaien-aanval. De gruwelfactor van een koudbloedig dier, dat uit de diepte toeslaat en je vlees uitrukt is nu eenmaal groter.

De Noorse schrijver en hobbyvisser Morten Strøksnes gebruikt die koudbloedige gruwelfactor ook bij zijn boek Haaienkoorts. In een natuurhistorische joyride jaagt Stroksnes bij de Noorse Lofoten met bevriende kunstenaar en visser Hugo op het meest kille monster dat de arctische diepzee bewoont: De Groenlandse haai (Somniosus microcephalus). Het Latijnse Somniosus klinkt door in zijn Engelse bijnaam ‘sleeper shark’ omdat hij traag en sloom overkomt in vergelijking met andere haaien.

Volgens Strøksnes was het hoofdmotief voor dit boek vooral om verwondering te beschrijven voor de wilde en onbekende natuur. Mensen zetten een man op de maan, en overal op aarde is menselijke invloed meetbaar, tot plastic in vogelmagen. Toch bleef de diepzee nog een grotendeels onbereikbaar Terra Incognita. ‘Er zijn meer verhaallijnen in het boek’ stelt Strøksnes per e-mail. ‘Maar als je me een pistool tegen het hoofd houdt en ik moet beslist kiezen dan is het deze: wat weten we nog ontzettend weinig van het leven in de diepzee’.

 

Fascinatie van schrijver en vriend Hugo voor het dier komt van verhalen over de Groenlandse haai van Hugo’s vader. Die ging al op 8 jarige leeftijd mee op walvisjacht. Hij vertelde over die keer, dat uit de diepte een Groenlandse haai opdook, die stukken walvisspek hapte uit geslachte walvissen, die de walvisvaarders langszij van het schip hingen.

‘Hij had verteld hoe ze een keer een opdringerige Groenlandse haai harpoeneerden, en hem met een laadboom aan zijn staartvin omhoog hesen. Zelfs in halfdode toestand, op zijn kop hangend en met een walvisharpoen dwars door zijn rug, schrokte hij nog een grote homp vers walvissenvlees die op het dek lag naar binnen.’ Ook nadat de haai op het dek hangt, blijven zijn ogen de bemanning nog urenlang volgen.

In tegenstelling tot de reuzenhaai in de Noordzee- die plankton eet- is de Groenlandse haai dus een vleeseter. Een formidabel monster dat 7 meter lang kan worden, groter dan de mensenhaai. Gezenderde haaien zijn tot 2200 meter diepte gekomen. Er zijn restanten van mensen, ijsberen, rendieren in zijn maag gevonden. Waarbij onduidelijk is of hij ze levend ving of als lijk opat. De lucht van aas lokt ze naar boven uit de diepte, en zo willen Strøksnes en Hugo ook hun haai vangen.

Stokoud kunnen ze worden, in leeftijd enkel ge-evenaard door arctisch schelpdier de Noordkromp. Recent in Science beschreven Deense biologen een bijgevangen Groenlandse Haai die 392 jaar oud kon zijn. Die dus werd geboren voor Descartes zijn Cogito ergo Sum (1637) opschreef. Ook die geboorte is een gruwelverhaal. De haai baart levende jongen. Maar in de baarmoeder vreten broertjes en zusjes elkaar al op tot de winnaar buiten komt.

De haai werd in de vroege 20ste eeuw rond Groenland intensief bejaagd om zijn leverolie.

Er zijn daarnaast liefhebbers van haaienvlees. In IJsland geldt gefermenteerde haai als exclusieve delicatesse, maar dan pas nadat het bloed is verwijderd. Dit bevat namelijk een soort anti-vries dat het vlees giftig maakt.

Hij staat daarom als ‘mogelijk bedreigd’ geregistreerd op de Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature. (IUCN) De reden daarvoor is niet dat hij op uitsterven staat. Maar vanwege zijn trage groei naar volwassenheid- zo rond het 130ste levensjaar- heeft de jacht van een eeuw geleden dus nog mogelijk invloed op zijn populatie. Niemand weet echter hoe groot die populatie is. Ook bij bekende zeezoogdieren als de orca is dat overigens het geval.

 

Ook kunstschilder Hugo, wil de leverolie van de haai bemachtigen, als basis voor verf. Dat klinkt decadent bij een als ‘mogelijk bedreigd’ dier. Maar voor Noorse vissers is het ondenkbaar dat je op jacht gaat zonder vangst, en Strøksnes laat dit aspect dan ook volledig onbesproken. Hij staat daarmee in de traditie die jager-filosoof Jose Ortega y Gasset besprak in ‘Meditations on hunting’. Wie jaagt moet zijn prooi doden. Je maakt er geen foto van, dat zou volgens Ortega y Gasset zelfs belachelijk zijn. 
De haaienkoorts van het boek komt vooral voort uit pure nieuwsgierigheid, en het gevoel zo’n dier te willen bemachtigen. Zoals Strøksnes beschrijft: Een beest vangen dat 500 jaar wordt, en theoretisch wel geboren kan zijn toen Maarten Luther zijn stellingen spijkerde op de kerkdeur van Wittenberg (1517).’ We namen die avond een besluit. Wat er ook gebeurde, wij gingen een vraatzuchtig monster vangen met honderden miljoenen jaren evolutie achter zijn rug, potentieel giftige stoffen in zijn bloed, parasieten in zijn ogen en tanden als in een bovenmaatse vossenklem, maar dan veel meer.’

Het naar boven lokken van de haai vanuit de ijskoude diepte vormt dan de volgende opgave. Met rottend aas van een Schotse hooglander hebben ze na een dag al beet. Maar de haai ontsnapt. De ruimte tussen de mislukte vangpogingen, gebruikt Strøksnes om zijn lezers mee te slepen naar leven in een duisternis waar reuzeninktvissen en potvissen op meer dan een kilometer diepte elkaar bevechten.

Op het einde hapt een haai alsnog weer in de haak. Maar alleen de rug is even zichtbaar, voor het monster zich losrukt en de diepte in duikt. En zo blijft de hoofdrolspeler ‘natuur’, wild en ongetemd door mensen. Met een losgerukte haak in de bek. Als herinnering aan een ontmoeting met de menselijke predator, die meestal dodelijker is.

 

 

////

Terra Incognita

Vijftig procent van de oceaanbodem ligt op meer dan 3 kilometer diepte, en overal is leven. Miljoenen soorten liggen nog op ontdekking te wachten. Nederlandse biologen van het Leidse Naturalis hebben sinds 2010 op de Nederlandse Antillen een duikboot paraat, de Curasub, die nieuwe soorten wil ontdekken op dieper gelegen koraalriffen tot 300 meter. Die duik-expedities waren al succesvol, zo stelt Bert Hoeksema van Naturalis. Er werden nieuwe vissoorten gevonden, diverse koraalgemeenschappen met bijbehorende visgemeenschappen bleken op veel grotere diepten te leven dan gedacht. En ook blijken veel soorten dieper te duiken dan eerder aangenomen.