Handel in Wantrouwen


Milieuclubs dringen het MSC-ecolabel op aan de vismarkt. Maar bij vis met bekende herkomst van gezonde visbestanden voegt certificering alleen kosten toe.

 

Recent opende de Good Fish Foundation- afsplitsing van Stichting de Noordzee- de aanval op de vrije vishandel buiten de supermarkten. Er zou nauwelijks ‘duurzame’ vis verkocht worden, lees - vis met het MSC-ecolabel. Dat staat voor Marine Stewardship Council, een keurmerk dat in 1997 werd opgericht door Wereld Natuur Fonds (WNF) met Unilever. Mondiaal zijn er tientallen ecolabels voor vis, maar MSC is marktleider. Meer dan 70 procent van alle gecertificeerde vis draagt dit ecolabel.

In de supermarkten die zijn aangesloten bij het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) veroverde MSC sinds 2011 het keurmerk-monopolie, dankzij pressie van zusterclubs WNF en Stichting de Noordzee. Met hun Viswijzer promoten zij consumptie van MSC-vis. Het CBL stelt per 2016 ook het kweekvis-zusje ASC als ‘de’ standaard. Dit label werd door WNF en Stichting de Noordzee in de markt gezet met subsidies van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Na supermarkten zijn nu viswinkels en restaurants campagne-doelwit.Want van de 815 viswinkels in Nederland voeren slechts 15 het ecolabel. Winkels vragen niet om MSC, omdat volgens hen de klanten er niet om vragen. Ook vis die wel is gecertificeerd wordt zonder labeltje bij het product doorverkocht. De helft van het Nederlandse quotum aan schol dat vissers opvissen valt al onder MSC. Maar ook hiervan wordt veel zonder labeltje verkocht.

Bij vissers- dus de producenten- staat de beloofde commerciële meerwaarde van certificering ook ter discussie. Want de kosten van certificering zijn hoog. Deelnemende vissers moeten -afhankelijk van hun omvang- per vier jaar tienduizenden tot enkele tonnen euro’s accreditatie-kosten en bestandsonderzoek betalen, om voor MSC te kwalificeren. Daarnaast dragen zij met de handel over de aangevoerde vis een percentage omzet aan MSC af voor het voeren van een logo-licentie. Kleinschalige tongvissers verlieten in 2012 dan ook het ecolabel. Veel kosten, geen meerwaarde voor het product.

 

Duurzaam- en haar evenknie- een negatief beeld over visserij- genereert vooral inkomen aan de kant van milieuclubs. Met logo-licenties waarvoor handel en gecertificeerde visserijen betalen, sleepte MSC in 2014 zo 75 procent van haar omzet binnen van 14 miljoen Britse ponden. Dat is al 10 procent meer dan 2 jaar daarvoor, en een omzetgroei van 1 miljoen Britse ponden. MSC - waarvan de Britse CEO Rupert Howes ruim 230.000 euro verdient- noemt deze omzet in haar jaarverslag ‘charitatieve activiteiten’, in plaats van ‘winst uit onderneming’. Volgens MSC-woordvoerster Mieke Snoek zou dit mogen omdat de activiteiten van MSC ‘winst voor de oceanen’ zouden opleveren.

Los van planetaire winst, is de charitatieve status zeer lucratief. De Postcode Loterij geldt als voorname geldschieter. MSC krijgt tot 2020 nog 5 miljoen euro, na reeds 2 miljoen te hebben ontvangen van 2012 tot 2014. Officieel staat MSC als charitatieve stichting in Londen los van de milieuclubs. Maar WNF financiert zowel MSC als Stichting de Noordzee, en personeel rouleert onderling. Bij promotie van MSC kunnen WNF (14 miljoen euro per jaar) en Stichting de Noordzee (1 miljoen euro in 2012) uit het loterijvaatje tappen voor hun ‘charitatieve’ activiteiten.

De voorlichting over visserij door WNF bij MSC-promotie is stelselmatig te negatief of feitelijk onjuist. (zie kader) In hun door de Postcode Loterij betaalde Oceanen-campagne - die liep van 2009 tot 2014- roepen WNF en Greenpeace dat de zee in 2050 zou zijn leeggevist. In de campagne voor de Viswijzer van WNF en Stichting de Noordzee in september 2013 verklaarde campagneleidster Elies Arps in NRC Handelsblad dat Noordzeegarnalen niet op het goede bestandsniveau zouden zitten en dus geen MSC-keurmerk kregen. Tegelijk haalden Nederlandse garnalenvissers historisch hoge vangsten.

.Het in media gezaaide wantrouwen tegen visserij, grijpt WNF vervolgens aan om de noodzaak van MSC te agenderen. Indirect profiteren de milieuclubs weer van MSC. Supermarkten huren hen in voor advies over verantwoorde visproducten zoals met hun Viswijzer. En wij van MSC-eend adviseren MSC. Overheden betalen hen subsidies voor visserij-overleg. Terwijl Greenpeace buiten stenen dumpt, kunnen zij zich als oplossingsgerichte partij opwerpen, met MSC als paardenmiddel tegen ‘de lege zee’.

 

Of visserij alleen ‘duurzamer’ wordt als er MSC op het product staat, daar is evenwichtiger voorlichting over mogelijk. (zie kader) Binnen de keurmerk-branche heeft MSC weliswaar een goede naam voor zowel NGO’s, visserijbiologen als handel. Dit is ook wat woordvoerster van MSC, Mieke Snoek van MSC desgevraagd onderstreept. Zij stelt verder dat er ‘inmiddels zo’n 600 tastbare en gedocumenteerde verbeteringen in visserijpraktijken door het programma zijn geďnitieerd.’

Maar of certificering leidt tot duurzamer visserij- beter bestandsbeheer- is vaak een kip of ei-kwestie. (zie kader) MSC certificeert vooral visserijen in landen die toch al maatregelen namen tegen overbevissing. MSC is dan meer bevestiging van ingezet beleid dan stimulans. De Nederlandse overheid betaalde in 2008 bijvoorbeeld nog bijna 30 miljoen euro deels Europese subsidies om viskotters uit de vaart te halen, of voor selectiever vistuig. Doordat de vloot sinds 1990 met meer dan een derde werd weggesaneerd- op kosten van de staat- zwemt in de Noordzee nu al jaren meer schol dan vissers kunnen opvissen.Toch geeft de Viswijzer negatief consumptie-advies voor Noordzeeschol zonder MSC-label.

De schrijver van de eerste Viswijzer voor Stichting de Noordzee in 2004, journalist Wouter Klootwijk, neemt daarom nu afstand van MSC. Hij stelt desgevraagd: ‘MSC heeft zich belachelijk gemaakt door visserij te certificeren die al lang voldeed aan strenge normen. Die visserij is door de certificeringseisen van bijvoorbeeld de detailhandel alleen maar op kosten gejaagd waar niets voor terug kwam. Burgers zijn er geen haring meer om gaan eten.’

 

///

 

Valse consumenteninformatie bij MSC-promotie

Wereld Natuur Fonds (WNF) treedt sinds 2007 voor Albert Heijn op als visserij-deskundige. Alleen vis met ASC of MSC-ecolabel heet volgens WNF duurzaam en eind 2015 zou alle vis van Albert Heijn onder MSC moeten vallen. Zij stellen daarbij dat ‘de oceanen worden leeggevist door steeds meer en steeds grotere vissersboten’, en ‘de hoeveelheid kabeljauw loopt nog steeds verder terug’.

De realiteit is anders, althans op de Noordzee. Het Vlaamse visserij-instituut ILVO meldt dat sinds 2006 de kabeljauwpopulatie in de Zuidelijke Noordzee (België/Nederland) is verdrievoudigd. In de Noordelijke Noordzee is al jaren sprake van een duurzame en bloeiende kabeljauwvisserij door Noorwegen en Rusland. De Nederlandse vissersvloot is- gemeten in motorvermogen -sinds 1990 met meer dan 40 procent gekrompen, het aantal schepen slonk met meer dan eenderde. In reactie stelt een WNF-woordvoerder dat zij met achteruitgang van kabeljauw de populatiegrootte bedoelen ten opzichte van de jaren ’70.

 

 

Steeds minder overbevissing EU

Het primaat van duurzame visserij ligt in eerste instantie bij overheden, en de mate waarin zij zich aan visserijbiologisch advies houden. Een MSC-label is dan vooral een bevestiging van de goede weg, niet de oorzaak. Noorwegen- geen EU-lidstaat- scoort is Europa’s beste jongetje uit de visklas. Dat blijkt uit de nieuw te verschijnen studie ‘Landing the Blame’ van Griffin Carpenter in Marine Policy. De Noren visten afgelopen 15 jaar gemiddeld slechts 7 procent meer op dan wat biologen verantwoord achtten. De Noren weren vissers van andere EU-landen uit hun Exclusieve Economische Zone (EEZ)

EU-lidstaten- die hun EEZ delen voor visserij- scoren aanmerkelijk slechter. Sinds het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Europese Unie in 1983 begon, bedong iedere lidstaat in Brussel zoveel mogelijk visquota voor zichzelf, los van wat visserijbiologen verantwoord achtten. In 2001 haalden lidstaten zo nog ruim 30 procent meer vis uit zee dan verantwoord. Er is echter verbetering. Afgelopen jaar was overschrijding van verantwoord quotum gedaald tot gemiddeld minder dan 10 procent. De ‘knoflooklanden’ kennen nog wel overschrijdingen van 30 procent of meer.