Waar het geld spreekt zwijgt de waarheid...



De Jager 11, mei 2015

Zonder deugdelijk bewijs claimen natuurorganisaties en overheid natuursucces of wijzen op verlies aan biodiversiteit. Volgens Eric Wanders, oud-directeur van Vogelbescherming, nam marketing de regie over bij natuurorganisaties. Diverse ecologen bevestigen zijn waarnemingen. Rypke Zeilmaker doet verslag.

 

Tekst en foto’s: Rypke Zeilmaker

 

De één zijn biodiversiteit is de ander niet. Zo blijkt wanneer je onderzoek doet naar de vraag: hoe wetenschappelijk onderbouwd is het Nederlandse natuurbeleid? Bij het woord ‘biodiversiteit’ ontstaat direct al verwarring. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meet biodiversiteit weer op een andere manier dan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en dat wijkt weer af van de internationale maatstaf van het IUCN. Zo kan de ‘biodiversiteit’ met 85 procent afnemen, terwijl tegelijk het aantal soorten in Nederland sinds 1900 sterk toenam.

 

Rode lijst

Het CBS meet ‘biodiversiteit’ op de klassieke manier. Door te kijken welke soorten hoeveel toe- of afnemen. In september 2014 claimde CBS herstel van biodiversiteit op basis van metingen aan (positieve) trends van Rode Lijst-soorten sinds 1990. Op die lijst staan 250 gewervelde diersoorten, zowel algemene soorten als de zeehond en het konijn, als zeldzamere soorten die zich sterk uitbreiden (otter). Zelfs het plaagdier van de Waterleidingduinen, het damhert, stond in 2007 op de lijst. Rood is de kleur van alarm, maar soorten die terugkeren - een positieve trend - komen er dus ook op voor.

Kun je ‘biodiversiteit’ al verschillend meten, ieder gaat op eigen wijze met natuurgegevens aan de haal naar het hem of haar uitkomt. Een fondsenwervingscampagne van Natuurmonumenten (2014) stelt over de 250 gewervelden op de Rode Lijst: ’250 diersoorten dreigen uit Nederland te verdwijnen’. Of u dus 10 euro wilt doneren aan Natuurmonumenten voor de otter. Ook al is het de overheid die betaalt voor ottertunnels, drie ton per stuk. De provincie Gelderland stelde dat in deze provincie 75 soorten binnen vijf jaar uitsterven als er geen maatregelen worden getroffen. Demagogie, want 90% van die soorten is weliswaar schaars maar zal binnen vijf jaar zeker niet uitsterven. Staatsbosbeheer suste in 2006 de oplaaiende commotie rond het grote grazersbeleid door erop te wijzen dat het paartje zeearenden de Oostvaardersplassen uitkozen als broedgebied vanwege de kadavers die er in de winter altijd zijn. Nu broeden de zeearenden ook in kadaverloze deltagebieden, zich voedend met watervogels en vissen.

 

Rekenmethode

‘De biodiversiteit’ is de afgelopen eeuw met 85 procent afgenomen’, beweerde het Planbureau voor de Leefomgeving in 2009 op basis van de Mean Species Abundance index (MSA), een door het bureau ontwikkelde rekenmethode. Deze kreet werd door Natuurmonumenten, Wereld Natuur Fonds en politici - met name van de Partij voor de Dieren- te pas en te onpas herhaald, om te benadrukken hoe slecht Nederland presteert op natuurvlak. Vooral toen staatssecretaris Bleker drastisch snoeide in natuurbudgetten.

De MSA meet hoeveel ‘oorspronkelijke’ natuur er zou zijn, gedefinieerd als landoppervlak met zo weinig mogelijk menselijke invloed. Het jaar 1700 wordt als referentiepunt gebruikt, in dat jaar zou sprake zijn van ‘100 procent biodiversiteit’. De natuur was toen kennelijk volmaakt, en raakte daarna in een vrije val door de welvaart. Ook al is er nu aanmerkelijk meer bos dan in 1700 en wordt door vegetatiekundigen het landschap rond 1900 juist gezien als de periode met de meeste biodiversiteit. Terug naar de biodiversiteit van 1700 zou overigens betekenen: doorsteken van dijken, afbreken van de meeste bebouwing en wegen, verlaten van veel landbouwgebieden, kappen van de Veluwe en terugbrengen van de landbouwproductie naar een fractie van nu.

 

Natuurontwikkeling

Na het aantreden van staatssecretaris Dijksma en haar Natuurpact zien we in september 2013 een nieuwe grafiek van het Planbureau, opnieuw met die MSA berekend. Plots laat de vrije val in biodiversiteit volgens diezelfde MSA in 1990 een lichte knik omhoog zien: er blijkt ineens licht herstel op te treden sinds 1990. Dat ‘herstel’ start exact bij aanvang van de aankoop van gronden voor de Ecologische Hoofd Structuur (EHS). Zoals het Planbureau schrijft, zou ‘natuurontwikkeling’ plots de vrije val remmen die het nog geen jaar eerder luidkeels verkondigde. Dat is merkwaardig, want ook in natuurontwikkelingsprojecten duurt het meestal bijzonder lang voordat de botanische diversiteit en insectenfauna zich hersteld hebben.

Het is alvast wonderlijk wanneer de natuur direct in 1990 reageert op een wijziging in het bestemmingsplan van ‘agrarisch’ naar ‘natuur’. Terwijl nog steeds 150.000 hectare van het Nationale Natuurnetwerk onder een vorm van boerenbeheer staat. Ook Natuurmonumenten verpacht nog steeds om niet van het Rijk verkregen agrarische grond binnen dat Natuurnetwerk weer terug aan boeren. En daarop wordt soms intensief gemest en beweid. Recent verhoogde Natuurmonumenten nog de pacht met het bedrag - 220 euro per hectare - dat boeren van Europa krijgen.

 

Succes door natuur zelf
Ecoloog Wim Knol van de Koninklijke Jagersvereniging, vraagt om meer wetenschappelijke onderbouwing. ‘Een wetenschappelijke evaluatie van het huidige natuurbeheer zou nog wel eens tegenvallende resultaten kunnen opleveren, stelt Knol. ’Bejubelde natuurresultaten zijn niet zelden het resultaat van een autonome ontwikkeling van soorten en beperkt het gevolg van inspanningen door beheerders. Vaak ook hebben vorige eigenaren de basis gelegd voor biodiversiteit. Op veel particuliere landgoederen was de jacht of houtoogst een drijvende kracht achter het in stand houden van hakhoutbosjes, parken, schraallanden, heide en waterpartijen. Verder zie je dat de toename van bosvogels in Nederland vooral wordt veroorzaakt door het ouder worden van bossen en niet door natuurbeheer of de komst van de Flora- en faunawet. De komst van de zeearend in Nederland is vooral bepaald door de uitbreiding van de soort in Europa en marginaal door het beheer. Bij kraanvogels zie je ook zo’n trend. Jammer is dat waar natuurbeheerders wel wat aan het succes kunnen doen, dit wordt nagelaten. In 2014 werden acht jonge kraanvogels door vossen doodgebeten en dat is vrijwel de hele Nederlandse populatie jonge kraanvogels. Dit terwijl er miljoenen zijn geïnvesteerd om het gebied ook voor kraanvogels te herstellen.’

 

Marketing

Veldecoloog Rob Bijlsma wijst op de claims van de terreinbeherende organisaties in het Drents-Friese Wold: het gevoerde kapbeheer zou verantwoordelijk zijn voor de terugkeer van de draaihals, een onopvallende spechtensoort die hier zomergast is. Trends in regenval in West-Afrika lijken meer van invloed op de stand dan beheer. ‘De broedgevallen in Drenthe van de laatste paar jaren kunnen in dat licht worden gezien’, schrijft Bijlsma in Drentse Vogels. ‘Niks habitatverbetering, eerder een uitvloeisel van iets wat zich buiten onze landsgrenzen afspeelt en waar wij in de marge van meegenieten.’

Eric Wanders, adjunct-directeur bij Staatsbosbeheer tot 2003 en oud-directeur van Vogelbescherming Nederland is er duidelijk over: geld en subsidies corrumperen. Over zijn tijd bij Vogelbescherming stelt hij: ‘De afdeling Marketing zei wel tegen mij: ‘Je laat miljoenen liggen. Maar wij waren natuurbeschermers met vogels als ambassadeur, vond ik. Wij begonnen met wetenschap, en stelden van daaruit de campagne samen.’ Nu gaat het precies andersom, aldus Wanders. Marketing zoekt iets dat lekker bekt, en daar zoeken natuurclubs gegevens bij. ‘Met emoties en individuele zielige dieren kun je veel meer geld verdienen. Maar dan stel je het organisatiebelang al snel hoger dan het doel van je organisatie. Dat zie je later ook gebeuren, de afdeling marketing neemt de tent over. De natuur lijkt steeds meer te dienen om organisaties in stand te houden.’

 

Zichtbaarheid

Natuurorganisaties voeren voor de bühne campagne tegen de wildlijst in de nieuwe natuurwet. In maart schoot Staatsbosbeheer ondertussen nog 567 edelherten, runderen en paarden af in haar Nieuwe Wildernis. Zonder protest van deze lobby. Ook bij Natuurmonumenten en de Landschappen worden herten, zwijnen en reeën geschoten als onderdeel van het beheer. Ecoloog Wim Knol van de Jagersvereniging: ‘Dat is ook logisch omdat zeer hoge dichtheden grote grazers leiden tot negatieve effecten op de biodiversiteit. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zie je de wonderlijke situatie dat zeer hoge dichtheden damherten leiden tot het verdwijnen van nectarplanten van zeldzame vlinders en bijen. Dat oogt als een bestrijdingsmiddel. Ook op de Veluwe neemt het aandeel nectarplanten af bij hoge dichtheden herten. In de drang om bij het publiek te scoren met het begrip ‘zichtbaarheid’ zijn er nu gebieden waar helemaal geen afschot meer plaatsvindt. Ecologisch niet onderbouwd en een speeltje van marketing. Ook het massaal laten liggen van kadavers levert niet de verwachte rode en zwarte wouwen, zeearenden en gieren op. Experimenteren is belangrijk, maar als het weinig oplevert, beperk dan aantallen kadavers en benut de geschoten dieren voor verkoop of voedselbank. Dat is pas goede marketing!’

Knol zou graag zien dat terreinbeheerders in hun jaarverslagen onderbouwd vermelden welke natuurwinst en biodiversiteit werkelijk aan het beheer is toe te schrijven. ‘Soms is die winst spectaculair, maar vaak worden toevallige of lokale successen geclaimd en negatieve effecten verzwegen. De hoeveelheid subsidie en de oppervlakte aangekochte grond is geen betrouwbare maat voor succes.’

 

Anti-stikstofbeleid

Op agrarisch land kelderde de kievitstand met 50 procent in de afgelopen decennia, de gruttostand met 60 procent en patrijs met 80%. Terwijl de overheid juist de meeste miljoenen investeerde in agrarisch gebied, voor die weidevogels. Zo krijgen boeren 340 euro subsidie per hectare als ze het maaien uitstellen tot 15 mei. Ook spendeert staatssecretaris Dijksma jaarlijks nog een kwart van de 400 miljoen euro overheidsbudget voor natuur aan stikstofgerelateerde natuurmaatregelen op en rond boerenland (PAS). Daarvan dienen 130 plantensoorten van de 1500 Nederlandse hogere vaatplanten te profiteren. Maar die PAS-maatregelen worden vooral genomen omdat soorten als de helmbloem blijven achteruitgaan. Niet omdat ze zo effectief zijn. Het anti-stikstofbeleid kostte boeren sinds de jaren tachtig miljarden euro’s aan investeringen. Ook nu betalen ze voor stikstof-emissierechten bij Natura 2000-gebied. Maar in het licht van doelmatigheid voor biodiversiteit was dat beleid - gericht op minder dan 10 procent van de plantensoorten – op z’n minst kwestieus.

‘Nederland is van nature juist een voedselrijke delta’, stelt Wanders. ’Van nature zouden hier maar weinig voedselarme vegetatiesystemen voorkomen. Alleen hoger gelegen zandgronden en hoogveen zijn door uitspoeling met regenwater van nature voedselarm. Met die absurde natuurreferentie als maatstaf is steeds gedaan of natuurbeleid synoniem is met milieubeleid (tegen stikstof, RZ). Er is geen een-op-eenkoppeling tussen natuur en milieu. En al helemaal niet met trofie (voedselrijkdom), alsof voedselarmoede hetzelfde is als ‘goed voor de natuur’. 

 

Nieuwe natuur

Soorten waarvoor geen bewust stimuleringsbeleid werd gevoerd, namen ondertussen stormachtig toe. Voorbeeld is de vos, die zich een weg eet door gesubsidieerde weidevogelkuikens. En het aantal winterganzen op boerenland vertienvoudigde sinds de jaren zeventig. De zomerganzen - met name grauwe ganzen - verdubbelen iedere drie jaar volgens Sovon Vogelonderzoek en hun aantal ligt nu boven de 630.000 stuks. Er zijn al situaties waar de mest van ganzen in voedselarme vennen een zwaardere belasting vormt dan de invloed vanuit landbouwbedrijven.

Veengebied ‘De Deelen’ van Staatsbosbeheer in Friesland biedt nu de typische aanblik van veel ‘nieuwe natuur’. In dit vernatte stuk ex-boerengrond - nu pitrusland - broeden, rusten en grazen de ganzen. Voorbeeld van natuurontwikkeling die de vrije val van ‘biodiversiteit’ moet afremmen en waarvoor de overheid voor miljarden boerengrond heeft aangekocht. En waartussen overblijvende landbouwbedrijven bekneld raken. Zowel voor ganzenopvang als voor de fok van gewenste dichtheden grutto’s krijgen de boeren subsidies. In het nauwelijks werkende ‘ganzenopvanggebied’ krijgen boeren honderden euro’s vergoeding per hectare. In ruil gaat de volledige eerste snee verloren aan de ganzen. Volgens boeren in de Friese Deelen gaat het in werkelijkheid om een schadepost van 1000 euro per hectare. Zo betalen boer en belastingbetaler om een groeiende ganzenplaag te faciliteren.

 

Subsidies stopzetten

Hoe nu verder? Wanders zou liefst per direct alle natuursubsidies stopzetten, ook die aan boeren. ‘Ik voorspelde in de jaren negentig al dat dit natuurbeleid de steun van de bevolking zou verliezen. Want wat je met alle natuurmiljarden als publiek weer terugkrijgt is gewoon intensief boerenland, beheerd door boeren. Of door natuurorganisaties aan boeren terugverpachte grond, waar je bijna geen biodiversiteit ziet. En juist het agrarisch natuurbeheer gericht op weidevogels is ondanks al die miljarden mislukt. Die weidevogels sterven alsnog uit. Waarom zou je al dat geld uitgeven, terwijl ondertussen bejaardenhuizen moeten sluiten?’