Bedreigde dieren beschermen? Eet ze op!



Palingroker: eet kritiek bedreigde paling en lever zo geld voor zijn bescherming

Vork 3 september 2014

Liefde voor natuur via de maag levert geld én betrokken handen en ogen in het veld voor natuurbeheer en bescherming. Ook kritiek bedreigde dieren kun je beschermen via beheerste consumptie, maar initiatieven roepen veel discussie op. Een lekkere natuur is alvast meer sexy dan het eeuwig bedreigde broze vaatwerk van natuurorganisaties.

 

Wie wil tuinieren met dieren–wildbeheer- en scharrelwild oogst uit onze natuur, mag daar in Nederland geen plezier aan beleven. Overheerlijk damhertenvlees blijft onbenut de Waterleidingduinen kaalgrazen, miljoenen kilo’s wilde ganzenvlees waaruit weidevogelbescherming betaald kon worden blijft onderbenut. Zoals bioloog Jelle Reumer al in 2008 stelde in zijn lezing ‘de Natuur is Gruwelijk’: ‘De discussie vóór of tegen de jacht is nog statischer dan de loopgravenstrijd van de Eerste Wereldoorlog: de jagers schieten een paar hagelpatronen leeg en de natuurbeschermers openen een paar gasflessen met geitenwollensokkenlucht in de hoop dat het de goede kant uit waait.’

Ookal kent ons land 96 procent pleziervleeseters, en is het wildbraad met Kerst niet aan te slepen. Elementen binnen Natuurmonumenten en geestverwanten uit groene NGO’s blijven onverminderd tijd en dus donateursgeld voor natuur besteden aan lobby tegen de jacht in de nieuwe Wet Natuur. Ook de jagers van de zee- de visserij- moeten het bij deze ‘natuurbeschermers’ontgelden als ‘onnatuurlijke’ verstoorder van een Amerikaans wildernisideaal ‘where man is a visitor who does not remain’. Maar dan beneden zeeniveau.

Zelfs in gebieden die niet hun eigendom zijn, zouden de idealen van deze ‘natuurbeschermers’ dienen te gelden.

Hoe lang is deze manuren en tijd vragende lobby vol te houden zonder resultaattoetsing voor biodiversiteit? In 2016 gaan de terreinbeherende organisaties (TBO) de subsidiekorting écht voelen door de Rijksoverheid, waar het stampij makende Natuurmonumenten in 2013 nog 52 miljoen euro subsidies ontving: meer dan begroot. De zoektocht naar nieuwe inkomstenbronnen brandt alvast los, van biomassa-oogst tot groene retraite-weekenden voor driedelig geklede managers die de oermens in zichzelf zoeken. Dus waarom nog geld besteden aan het bestrijden van andermans natuurbeleving, als consumptie van scharrelwild geld levert, ook via pachtinkomsten?

Met een financieel terugtredende overheid én aanhoudende druk op onze groene ruimte, breekt in het jaar 3 na Henk Bleeker een mooi moment aan eens een gezonde natuurbalans op te maken. Wat meer dan ooit telt is wie per uitgegeven euro het meeste bereikt op zijn eigen stukje grond, niet wie nu de ware natuur in pacht heeft. Mondiaal en nationaal bestaan al diverse initiatieven waarbij substantiele inkomsten voor natuur komen uit consumptie van wilde dieren en zelfs voor het doodschieten of bevissen van bedreigde diersoorten: natuurliefde via de maag en dierenbescherming door ze dood te schieten leveren op duurzame basis inkomsten. Kan onder financiele druk nu alles vloeibaar worden?

 

Het zal voor sommige lezers klinken als het thema van Dostojewski’s monumentale roman ‘Misdaad en Straf’: mag je kwaad doen om erger te voorkomen? Mag je ook in hun voortbestaan bedreigde dieren consumeren om hun populaties en habitats met de opbrengst daaruit te helpen? De handelaren in de als ‘kritiek bedreigd’geclassificeerde paling van ‘Duurzame Palingsector Nederland’ (DUPAN) – een stichting die de palingsector wil verduurzamen- waren de afgelopen jaren alvast mikpunt van zich ‘natuurbeschermer’ noemende organisaties als Greenpeace, Wereld Natuur Fonds en Natuurmonumenten.

Zij verenigden zich met de traditionele aartsvijand van de beroepsvisserij- Sportvisserij Nederland- in de ‘Aalherstelgroep’. Zij lobbyden voor een visverbod, én nu voor een verbod op palingconsumptie. De paling zou een ‘panda’zijn, en op het eerste gezicht lijken zij gelijk te hebben. IJsselmeerpaling wordt al jaren zwaar overbevist. Als eerste resultaat van deze lobby geldt een visserijbeperking van 3 maanden. Bij Dupan ligt op het eerste gezicht het gevaar van groenwassen op de loer, waarbij beschermingsactiviteiten als reclamedoel dienen voor een niet duurzame activiteit.

Dupan richt zich vooral op wat zij ‘Fort Nederland’noemen. Duizenden gemalen vermalen paairijpe paling die wil uittrekken. En glasaal staat bij aankomst uit de paaigronden in de Sargassozee voor een dichte deur. Hoewel de Nederlandse overheid al in 1998 met de Beneluxlanden afsprak deze migratieknelpunten in 2010 op te lossen, zijn anno 2014 hooguit tientallen gemalen en knelpunten passeerbaar gemaakt voor trekvis als paling. Aanpassing van gemalen kost al gauw tonnen euro’s, geld dat de kabinetten Rutte 1 en 2 liever besteden aan windmolens.

Rijkswaterstaat startte afgelopen jaar wel met een proef voor visvriendelijk spuibeheer bij de Afsluitdijk om intrek van glasaal en andere trekvis mogelijk te maken. Plannen voor een 75 miljoen euro kostende Vismigratie-rivier lijken nog jaren op uitvoering te wachten, en ontberen daarnaast een visserijbiologische toetsing op effectiviteit.Fort Nederland blijft dus voorlopig in stand, en van de overheid moet je het niet hebben.

Vanuit die realiteit investeren de palinghandelaren een half miljoen euro per jaar- afkomstig uit (kweek)palingconsumptie- aan het uitzetten van glasaal in binnenwateren, of over de dijk zetten van paairijpe paling. Niemand- ook Dupan niet- betwist dat de beroepsvisserij op het IJsselmeer sterk beperkt moet worden. Ook is iedereen het eens dat te weinig intrek van glasaal bestaat. Wie in de gegevens duikt achter het in Nederlandse Aal Management Plan dat Imares in 2009 schreef, valt wel op: eigenlijk weet niemand precies hoeveel paling er nu werkelijk is. Een nieuwe studie van Imares gaf 3 maal zoveel paling in Nederland dan eerder aangenomen.

Een productiever discussie dan ‘wie neemt wie in de maling bij paling’ kan zich richten op de vraag: wie investeert het meeste geld op duurzame basis in herstelmaatregelen in de praktijk. Omdat palingconsumptie onverminderd populair is en in de hele EU toegestaan, zou de palingliefde via de maag wel eens een duurzamer inkomstenbron kunnen zijn. Meer dan wat campagneorganisaties bewerkstelligen met vele andere agenda’s. Dat blijkt ook bij navraag bij Sportvisserij Nederland. De Aalherstelgroep gaf sinds 2009 enkel geld uit aan campagnes en lobby. Alleen lokale onderafdelingen van Sportvisserij Nederland werken met beroepsvissers samen bij het overzetten van migrerende paling bij knelpunten.

Dus wie wast zichzelf groen? Zoals Matthew Gollock van IUCN vaststelt, waarmee Dupan samenwerkt in de Sustainable Eel Group: ‘het lijkt soms dat vissers meer gemotiveerd zijn voor aalherstel dan vele NGO’s’. Dat is vanuit economisch oogpunt ook verklaarbaar. Organisaties die fondsen werven door dieren als bedreigd af te schilderen, hebben economisch belang bij het in stand houden van een al of niet juiste perceptie van bedreigde natuur. De palingboeren drijven niet op een academische natuurfilosofie, maar puur eigenbelang. Als de paling en glasaal verdwijnt kunnen ze hun handel opdoeken. Dit simpele realisme – geholpen door gulzige palingconsumenten- lijkt dus voorlopig meer inkomsten te genereren voor praktische maatregelen dan incidenteel campagnevoeren, zonder praktijktoetsing.

 

Het palingmodel is een beproefd recept, vergelijkbaar met wat het Nationaal Groen Fonds beoogt via natuurcompensatie. Partijen die een weg aanleggen in groengebied, moeten dat laten compenseren. Zo kan natuurconsumptie ook een duurzame inkomstenbron worden. Mensen hebben altijd trek, het wildplukken is al hip en zo hoef je dieren niet alleen maar af te schilderen als ‘bedreigd’ om campagne-inkomsten te genereren. ‘Ik ben lekker, bescherm mijn leefgebied’ is alvast origineler en meer sexy dan het zoveelste beklaagbare diersoortje, dat vindt dat vroeger alles beter was.

Mensen zijn die ecologische klaagzangen onderhand ook moe, zo schreef ik al in HP de Tijd in 2005 in Scharrelwild: een pleidooi voor natuurbescherming via consumptie dat in 2008 examentekst Nederlands werd. Via inkomsten uit consumptie- zou de visserij op Werelderfgoed de Waddenzee haar natuur-impact kunnen compenseren via een Visserij Natuur Fonds. In plaats van eindeloos overleg met groene campagne-organisaties, Natura 2000-procedures en verspilling van papier- de moderne invulling van natuurbescherming- kan dan per verkochte kilo garnalen een x-bedrag naar aanleg van hoogwatervluchtplaatsen voor Wadvogels, of riffen voor mosselbanken.

Wie dan met kerst een Waddengarnalen-cocktail eet, kan met een warm gevoel denken aan de eidereenden. Die zich dankzij zijn consumptie nu tegoed kunnen doen aan een overdaad mosselen op het mosselrif van het Visserij Natuur Fonds. Bescherm de Waddenzee: eet smakelijk, in plaats van geld storten in het zwarte gat van eeuwige losers uit de Rode Lijst. Waddenvereniging-directeur Arjan Berkhuysen is alvast enthousiast, maar ook Barbara Holierhoek van visserij-organisatie Hulp in Nood. Toch valt bij beide nog een lange weg te gaan met de achterban, omdat sectoraal denken overheerst. Natuur is van natuurorganisaties, economische activiteit is een ander bureau waar ‘de natuur niet in de weg mag zitten.’

Ook schadebestrijding kan veel meer een culinair randje krijgen, met winst voor natuur. Dat toonde het initiatief ‘keuken van het schadelijke dier’ al, waarbij de Schipholgans in de pan verdween. Beroepsvisser André Blokland werkt op een zelfde wijze aan exotenbestrijding, waar chefkok Arjan Smit van proeverij De Pronckheer zijn gevangen Amerikaanse rivierkreeft verwerkt tot delicatesse: Poldergoud. Zijn poldergamba’s zijn een culinaire hit aan het worden.

De Amerikaanse rivierkreeft is een invasieve exoot, die kades en dijken doorgraaft als de schaaldiervorm van de muskusrat. De beroepsvisser kan ze om niet wegvangen, en neemt per week-excursie 80 culinair gedreven natuurliefhebbers mee. Ze zien de poldernatuur niet alleen, maar krijgen de natuurliefde via de maag opgediend. De rivierkreeft slaat beter aan dan behaarde evenknie de muskusrat. De rat heeft als waterkonijn nog weinig culinaire fans, behalve Arjan Smit van ‘De Pronckheer’ die bij de rat zweert. Bestrijding van muskusratten via de Waterschappen kost jaarlijks nog 30 miljoen euro. Wanneer het waterkonijn culinair zou aanslaan, konden die kosten omslaan in pure winst.

 

Bij principieel verzet tegen door mensen veroorzaakte dierendood in de natuur, spelen vaak gelegenheidsargumenten een rol. Leo Linnartz van Ark Natuurontwikkeling- fel tegenstander van jacht- stelt desgevraagd dat het wild door jacht minder zichtbaar wordt. Terwijl jaarlijks bij de bronst, de edelherten nergens zo goed zichtbaar zijn als in het bejaagde National Park de Hoge Veluwe, dat grotendeels zonder subsidies haar broek ophoudt. Tegelijk slacht Free Nature, een spin-off van Ark Natuurontwikkeling wél 140 grote grazers per jaar, om ze als Wildernisvlees te verkopen, ‘met de smaak van de natuur’. De verkoop van Wildernisvlees dekt nu 29 procent van de omzet van Free Nature, aldus hun directeur Chris Braat.

Bij eigenaren van private natuurterreinen die al jaren met weinig subsidies en loterijgelden zwarte cijfers schrijven, is het al jaren normaal om de maag aan te spreken. Jachtpacht levert 40 euro per hectare, daarnaast vliegen de wildpakketten van Nationaal Park de Hoge Veluwe de tent uit. De consumptie van wild is minder controversieel dan enkele in media invloedrijke partijen willen doen geloven. Dat blijkt ook uit ‘Waardevol Groen’, de inventarisatie van 500 landgoederen in Nederland die journalist Hans Kamerbeek maakte. Het zogenaamde ‘landgoedmodel’- via natuurexploitatie je verlieslatende natuurbeheer financieren- lijkt steeds meer een voorbeeld te worden voor terreinbeheerders als Natuurmonumenten.

Nog een stap verder dan reguliere beheersjacht en wildconsumptie is de trofeejacht, als manier van natuurfinanciering. Zelfs voor doorgewinterde jagers is het wennen, wanneer je wervende jachtvideo’s ziet, waarin de voltallige Afrikaanse biodiversiteit het loodje legt onder de uitroep van ‘wow, great shot’. Toch, in Conservation Magazine dit voorjaar werden vooral de voordelen benadrukt van trofeejacht in Afrikaanse natuurbescherming op basis van artikelen in Science, Animal Conservation en praktijkgegevens.

Zelfs zeldzame zwarte neushoorns worden geveild voor afschot, waarbij de Dallas Safari Club in januari liefst 320.000 dollar bood, dat ten goede komt aan wildparken in Namibie. Alleen de oude mannetjes die voldoende vrouwtjes hebben bezwangerd komen voor afschot in aanmerking, 5 per jaar. Namibie verdient 11 miljoen euro per jaar aan de veiling van 16.000 trofeejachten. Dus waarom nodigen wij geen gastjagers uit, om op de Koniks, Heckrunderen en edelherten in de Oostvaardersplassen te schieten? Nu wacht Staatsbosbeheer tot ze door de hoeven zakken, om ze dan een genadeschot te geven en te laten rotten. Ze konden ook geld verdienen met ‘Nieuwe Wildernisvlees’.

In Mexico leverde de verkoop van jachten op een ondersoort van het Amerikaanse bergschaap in het El Vizcanio Biophere Reserve van 1998 tot 2007 al 2,5 miljoen dollar op. Terwijl het aantal schapen ondertussen bleef toenemen mede dankzij de hieruit betaalde anti-stroperij maatregelen. In landen waar de overheid nauwelijks handhaaft tegen stroperij- waar buiten Afrikaanse landen ook Nederland onder valt- moeten private partijen daarvoor zorg dragen. Zoals Nigel Leader Williams in 2011 schreef in Science, gaven de inkomsten uit trofeejacht in Zimbabwe grondeigenaren een stimulans meer aan wildbescherming te doen. Het oppervlak aan wildreservaten verdubbelde zo.

Stel je voor, dat de eerste wolf die in Nederland schapen doodt zou eindigen als trofee in een jagerskamer. Geschoten door een jager op stand, die 10.000 euro wil betalen om het dier te stalken en schieten, waar dat nu in Slovenie en Roemenie ook al gebeurt. Een jager die vervolgens geld stort in een fonds waaruit schapenboeren beschermingsmaatregelen voor hun vee kunnen betalen. Waar zij nu zelf eerst voor beschermingsmaatregelen moeten opdraaien, voor zij voor compensatie door het Faunafonds in aanmerking komen. De ongelukkige landeigenaar die in bureaucratisch Nederland een wolf op zijn terrein krijgt, moet nu een Natura 2000 toets laten uitvoeren bij iedere activiteit op zijn eigen grond. Je kunt afvragen wat acceptatie van wolven in Nederland meer bevordert.

Zijn er dus andere partijen dan zelfverklaarde natuurbeschermers, die meer effect in de praktijk behalen? Wie (campagne)geld verdient met de perceptie van ‘bedreigde’dieren en een eeuwig bedreigde natuur, heeft alvast geen economisch belang bij een werkende oplossing. Het is dus zaak om met partijen te werken, die economisch belang hebben bij meetbare natuurverbetering, en die dat vervolgens schaamteloos tot eigen voordeel PR-matig uitbuiten. Omdat mensen altijd trek blijven houden en betalen voor delicatessen, is natuurbescherming via consumptie een duurzame inkomstenbron met nog onderbenutte potentie. Het vraagt echter wel om minder sectoraal denken, en het is maar de vraag of sommige partijen hun monopolie op groen willen opgeven.