'Vertel ons dan wat wij fout doen'



Serengeti Hollandaise: prachtige Hollandse compromiswildernis. Een wonderlijke mix van dynamisch systeemdenken, en de holistische visie van 'natuurlijkheid', aangevoerd door één van de bedenkers van de EHS Frans Vera. De verbindingszones zijn gebaseerd op de theorie van metapopulaties, de EHS op de inmiddels experimenteel verworpen Eilandtheorie uit 1967


12-02-2011

Tijdens de hoorzitting afgelopen donderdag over de toekomst van natuurnet de Ecologische Hoofdstructuur in de Tweede Kamer, struikelden ook bestuurders en Kamerleden over de ecologische ‘elefant in the room’ van natuurbeleid: niemand weet precies wat ‘natuur’is, of ‘biodiversiteit’. Dus kun je het effect van een Ecologische Hoofdstructuur en bestedingen van 900 miljoen euro per jaar wel meten?

Zelfs Birgit Schuurman gaf afgelopen najaar een betere definitie van natuur dan veel professionele natuurbeheerders in ons land: ‘De enige constante in het leven is verandering’, stelde ze, voor ze zich bedacht en alsnog in Playboy poseerde. Soorten komen en gaan, en zelden gaat dit volgens het boekje van abstracte theorie. Er ontstaat echter een groot probleem, wanneer natuurbeschermers en politici in de Troelstrazaal donderdag Birgit’s versie van Darwin accepteerden: dan beseften ze de eigen overbodigheid.

In media en politiek blijft de natuur zich dus manifesteren als een soort Rupsje Nooitgenoeg, die de hulp nodig heeft van consultants. Dit onderbouwd door de Natuurbalansen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), met steeds treuriger percentages over soortverlies. ‘Nederland heeft al 85 procent van de biodiversiteit verloren’, zo citeerde WNF-directeur Johan van den Gronden het PBL nog eens voor Kamerleden en bestuurders tijdens de hoorzitting.

‘Kunt u ons dan vertellen wat wij fout doen?’, vroeg kamerlid Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren dan ook. ‘Heeft het dan geen zin wat wij in De Peel doen en moeten we het maar vol gooien met ammoniak’. Het probleem is echter dat de geciteerde percentages geen afspiegeling zijn van de natuurlijke werkelijkheid in Nederland, maar van de rekenmethode die het PBL gebruikt, de ‘mean species abundance’. Zij rekenen alleen de loosers mee, en niet de nieuwkomers. Darwinistisch gezien is dat absurd.

De ecologische zwartgalligheid van PBL is ongeneeslijk, dankzij de natuurvisie die zij hanteert, en vele fondsenwervende organisaties met hen: een mix van holisme en vitalisme. Dat was populair sinds de Romantiek, vooral bij Duitse biologen als Jacob von Uxkuel en Ernst Haeckel. De natuur was een ideaal geordend geheel, maar door de komst van onreine elementen raakt zij ‘verstoord’. Haal die onreinheid weg, en het lichaam/de natuur of ‘het volk’wordt weer gezond.

Net als Frederik van Eeden, schrijver van de Kleine Johannes verdedigden zij een ecologisch idealisme, ‘de natuurlijkheid’. Hij voegde daar net als de biologe Maria Montessori ‘het kind’aan toe, dat door beschaving ‘bedorven’raakt. Deze ‘hang naar zuiverheid’ zit in de Europese cultuur gehamerd, maar vormt ook de basis van veel natuurbeleid. Dat beschrijft ecoloog Mechtild de Jong in 2007 in haar proefschrift. Het enige geneesmiddel is dan: Haal de moderne menselijke invloed weg, en de natuur wordt ‘gezond’.

Het uit die visie ontstane populisme als ‘We zijn na Malta het soortenarmste land van de EU’slaat de plank biologisch echter mis. De echte deskundigen, als vegetatiekundige Joop Schaminee van de Radboud Universiteit Nijmegen laten in hun boek ‘Grenzeloze Natuur’juist zien, hoeveel unieke landschappen dit volle land nog herbergt, dankzij traditionele bescherming.

Ironisch genoeg verdwijnen nu veel plant- en diersoorten juist in de nieuwe ‘wildernis’die moderne natuurclubs onder het motto van grootschalige abstracties als ‘Ecologische Hoofdstructuur’met shovels aanlegden. De grazers vertrappen veel diersoorten. Vera is mede-architect van de Ecologische Hoofdstructuur, die in 1990 het licht zag. Met zijn grazers mixt Vera het Birgit-achtig Darwinisme met voornoemd Duits idealisme: het geloof dat juist door verwijdering van menselijke aanwezigheid ‘gezonde natuur’ontstaat.

Die visie loopt als vanzelf vast in de harde werkelijkheid van postzegel Nederland, waar ieder zijn favoriete dier via een eigen belangenclub verdedigt. En waar ook in de professionele literatuur ruim 40 definities bestaan voor ‘natuur’, en ruim 60 definities voor ‘biodiversiteit’. Het onderliggende probleem van natuur in Nederland, is dus niet Staatssecretaris Henk Bleker en zijn bezuiniging. Wel de Babylonische spraakverwarring die ontstaat, wanneer je ‘natuurbeleid’ wilt maken.

In Flevoland broeden grauwe kiekendieven op het boerenland, dat nu moet sneuvelen voor ‘nieuwe natuur’, compomiswildernis met rolstoelpad en oerkoe. Zoals Vera’s ecologische tegenpool Schaminee desgevraagd stelt: ‘Iedere ecologische verbindingszone die je maakt voor de ene soortgroep, vormt de hindernis voor een andere.’ Iedere bestuurder zal van tijd tot tijd zich afvragen: ‘Waarom moet juist die natuur 400 miljoen euro kosten?’ Er is geen deskundige die hem dat op basis van serieuze ecologie kan kwalijk nemen.

 

'Vertel ons dan wat wij fout doen'



Serengeti Hollandaise: prachtige Hollandse compromiswildernis. Een wonderlijke mix van dynamisch systeemdenken, en de holistische visie van 'natuurlijkheid', aangevoerd door één van de bedenkers van de EHS Frans Vera. De verbindingszones zijn gebaseerd op de theorie van metapopulaties, de EHS op de inmiddels experimenteel verworpen Eilandtheorie uit 1967


12-02-2011

Tijdens de hoorzitting afgelopen donderdag over de toekomst van natuurnet de Ecologische Hoofdstructuur in de Tweede Kamer, struikelden ook bestuurders en Kamerleden over de ecologische ‘elefant in the room’ van natuurbeleid: niemand weet precies wat ‘natuur’is, of ‘biodiversiteit’. Dus kun je het effect van een Ecologische Hoofdstructuur en bestedingen van 900 miljoen euro per jaar wel meten?

Zelfs Birgit Schuurman gaf afgelopen najaar een betere definitie van natuur dan veel professionele natuurbeheerders in ons land: ‘De enige constante in het leven is verandering’, stelde ze, voor ze zich bedacht en alsnog in Playboy poseerde. Soorten komen en gaan, en zelden gaat dit volgens het boekje van abstracte theorie. Er ontstaat echter een groot probleem, wanneer natuurbeschermers en politici in de Troelstrazaal donderdag Birgit’s versie van Darwin accepteerden: dan beseften ze de eigen overbodigheid.

In media en politiek blijft de natuur zich dus manifesteren als een soort Rupsje Nooitgenoeg, die de hulp nodig heeft van consultants. Dit onderbouwd door de Natuurbalansen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), met steeds treuriger percentages over soortverlies. ‘Nederland heeft al 85 procent van de biodiversiteit verloren’, zo citeerde WNF-directeur Johan van den Gronden het PBL nog eens voor Kamerleden en bestuurders tijdens de hoorzitting.

‘Kunt u ons dan vertellen wat wij fout doen?’, vroeg kamerlid Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren dan ook. ‘Heeft het dan geen zin wat wij in De Peel doen en moeten we het maar vol gooien met ammoniak’. Het probleem is echter dat de geciteerde percentages geen afspiegeling zijn van de natuurlijke werkelijkheid in Nederland, maar van de rekenmethode die het PBL gebruikt, de ‘mean species abundance’. Zij rekenen alleen de loosers mee, en niet de nieuwkomers. Darwinistisch gezien is dat absurd.

De ecologische zwartgalligheid van PBL is ongeneeslijk, dankzij de natuurvisie die zij hanteert, en vele fondsenwervende organisaties met hen: een mix van holisme en vitalisme. Dat was populair sinds de Romantiek, vooral bij Duitse biologen als Jacob von Uxkuel en Ernst Haeckel. De natuur was een ideaal geordend geheel, maar door de komst van onreine elementen raakt zij ‘verstoord’. Haal die onreinheid weg, en het lichaam/de natuur of ‘het volk’wordt weer gezond.

Net als Frederik van Eeden, schrijver van de Kleine Johannes verdedigden zij een ecologisch idealisme, ‘de natuurlijkheid’. Hij voegde daar net als de biologe Maria Montessori ‘het kind’aan toe, dat door beschaving ‘bedorven’raakt. Deze ‘hang naar zuiverheid’ zit in de Europese cultuur gehamerd, maar vormt ook de basis van veel natuurbeleid. Dat beschrijft ecoloog Mechtild de Jong in 2007 in haar proefschrift. Het enige geneesmiddel is dan: Haal de moderne menselijke invloed weg, en de natuur wordt ‘gezond’.

Het uit die visie ontstane populisme als ‘We zijn na Malta het soortenarmste land van de EU’slaat de plank biologisch echter mis. De echte deskundigen, als vegetatiekundige Joop Schaminee van de Radboud Universiteit Nijmegen laten in hun boek ‘Grenzeloze Natuur’juist zien, hoeveel unieke landschappen dit volle land nog herbergt, dankzij traditionele bescherming.

Ironisch genoeg verdwijnen nu veel plant- en diersoorten juist in de nieuwe ‘wildernis’die moderne natuurclubs onder het motto van grootschalige abstracties als ‘Ecologische Hoofdstructuur’met shovels aanlegden. De grazers vertrappen veel diersoorten. Vera is mede-architect van de Ecologische Hoofdstructuur, die in 1990 het licht zag. Met zijn grazers mixt Vera het Birgit-achtig Darwinisme met voornoemd Duits idealisme: het geloof dat juist door verwijdering van menselijke aanwezigheid ‘gezonde natuur’ontstaat.

Die visie loopt als vanzelf vast in de harde werkelijkheid van postzegel Nederland, waar ieder zijn favoriete dier via een eigen belangenclub verdedigt. En waar ook in de professionele literatuur ruim 40 definities bestaan voor ‘natuur’, en ruim 60 definities voor ‘biodiversiteit’. Het onderliggende probleem van natuur in Nederland, is dus niet Staatssecretaris Henk Bleker en zijn bezuiniging. Wel de Babylonische spraakverwarring die ontstaat, wanneer je ‘natuurbeleid’ wilt maken.

In Flevoland broeden grauwe kiekendieven op het boerenland, dat nu moet sneuvelen voor ‘nieuwe natuur’, compomiswildernis met rolstoelpad en oerkoe. Zoals Vera’s ecologische tegenpool Schaminee desgevraagd stelt: ‘Iedere ecologische verbindingszone die je maakt voor de ene soortgroep, vormt de hindernis voor een andere.’ Iedere bestuurder zal van tijd tot tijd zich afvragen: ‘Waarom moet juist die natuur 400 miljoen euro kosten?’ Er is geen deskundige die hem dat op basis van serieuze ecologie kan kwalijk nemen.