Praktijkgerichte Natura 2000 biedt ook kansen



Duurzaam gebruik? Zwijnen op Poolse markt Wolin: Foto RZ2010


10-06-2010

Duurzaam gebruik, de traditionele jagersbenadering van natuur draagt bij aan de instandhouding van natuurdoelen, en zo past jacht en wildbeheer prachtig in de doelstellingen van Natura 2000. Met de juiste getallen kunnen jagers tonen dat zij minstens zo goed natuur beschermen als andere partijen, mits de regels praktisch worden uitgelegd.

 

Steeds meer partijen mengen zich in de Natura 2000-discussie op een manier die vroeger als ‘rechts’werd beschouwd. Zoals Natuurmonumenten-nestor Frans Evers in Trouw van 14 april. Hij stelde dat Natura 2000 de klok terug zou zetten, de natuur zou ‘op slot’ gaan.

Die angst leeft dus niet alleen bij veel jagers, maar ook bij de grote terreinbeheerders omdat zij sinds de ‘Nota Natuur voor Mensen, Mensen voor natuur’ in 2000 in toenemende mate recreatieondernemer werden. Wanneer die recreatie in strijd zou zijn met Natura 2000 is er een probleem. Massarecreatie in natuurgebied zou nu juist ‘draagvlak’creëren voor natuurbescherming en grondaankoop voor de Ecologische Hoofdstructuur, die ongeveer 17 procent van ons land moet beslaan.

Bij natuurbehoud hanteren jagers traditioneel een andere benadering, dan de ‘draagvlak van de massa’-methode. Jagers beheren vaak met eigen geld en in eigen tijd een gebied, waarbij ze voor een goede wildstand zorgen. Met als motivatie het weinig verheffende, maar wel pragmatische eigenbelang. Zonder natuurrijkdom is er ook geen jacht meer mogelijk.

Deze eeuwenoude ‘egoďstische’benadering is verantwoordelijk voor het behoud van de belangrijkste natuurgebieden in Europa.

Een beroemd biodivers oerbos als het Oost Poolse Bialowiezawoud ontsnapte enkel aan de zaag omdat het jachtreservaat was van de Russische Tsaars (Russische naam voor Caesar, keizer) . Het reservaat werd in de vijftiende eeuw gesticht door de Pools-Litouwse koning Jagiello, en er staat nog steeds een ruim 500 jaar oude ´Jagiello-eik´waar de koning zou hebben gerust tijdens de jacht. Het woord ´forest´, ´foret´in het Frans slaat dan ook op een gebied dat apart is gezet, een reservaat dus en dat was meestal voor de jacht.

 

Niet op slot

 

Nu terug naar jager Willem uit Winterswijk. Levert Natura 2000 bij wildbeheer straks een extra misantropisch regelwoud, naast de al bestaande papierbergen? Stavros Dimas, de voormalige milieucommissaris van de Europese Commissie was hierin duidelijk, tijdens zijn speech op 14 februari 2008 Nature Policy – Challenges in a changing world:

“Ik wil graag één van de algemene misvattingen corrigeren, welke er uit bestaat dat wanneer een site is opgenomen in Natura 2000 alle economische activiteiten moeten stoppen. Dit is gewoon niet waar, en het is jammer dat deze mythe blijft voortbestaan. Het Natura 2000 netwerk bestaat uit levende landschappen waarin landbouw, visserij, bosbouw en jacht kunnen doorgaan.”

Jacht als wildbeheer is in een aantal gevallen juist noodzakelijk, bijvoorbeeld bij weidevogelbescherming, het voorkomen van overbegrazing en bescherming van kwetsbare natuurelementen. Het onderzoek dat de KNJV voor de provincie Gelderland liet uitvoeren door het ecologisch bureau Altenburg en Wymenga is hierbij merendeels gunstig. Dit onderzoek diende ook als leidraad in de zogenaamde ´quick scan´door Arcadis in 2008 voor het Ministerie van LNV.

´Met hier en daar verzachtende maatregelen, kun je als wildbeheerders verstoring voorkomen van soorten die van belang zijn voor de instandhoudingsdoelen`, zegt Wim van der Es, plaatsvervangend KNJV-directeur. `En dan is wildbeheer gewoon ‘bestaand gebruik’, en wordt het toegestaan. De uitkomst van het onderzoek is dus grotendeels positief. Wel zie je dat een juridisering optreedt door Natura 2000, terwijl wij vinden dat je naar de aard van de handeling moet kijken. Of je een houtduif nu schiet uit het oogpunt van schadebestrijding of gewoon voor recreatieve jacht, de handeling is niet verschillend maar bij Natura 2000 maakt dit het verschil tussen een toestemming of verbod.`

Een heikel punt is dus vooral wié bepaalt wat ´verstoring´en schade zijn, en of die gegevens op een eerlijke manier worden vertaald. Alle natuurorganisaties in Nederland willen hun eigen beheer aanmerken als ´bestaand gebruik´en noodzakelijk voor instandhoudingsdoelstellingen, evenals de massarecreatie. In die natuurgebieden, zoals de Oostvaardersplassen is jacht tegelijk niet geoorloofd omdat dit ´verstorend´zou zijn. Maar bij een eerlijke evaluatie van effecten zouden ook veel natuurgebieden qua soortenrijkdom veel beter af kunnen zijn met een goed wildbeheerplan.

 

Regionale verschillen

 

De KNJV lobbiet om de Nederlandse wetgeving meer in overeenstemming te krijgen met de rest van Europa. Ook zou invoering van Natura 2000 de dubbele toetsing van wildbeheerplannen moeten voorkomen. `Dus dat je niet én voor de Flora en Faunawet je beheerplan moet toetsen en dan later nog weer voor de Natuurbeschermingswet’, zegt Van Es.’Maar dat alle wildbeheerplannen onder één richtlijn vallen. Voorlopig zijn hier in de praktijk tussen provincies nog grote verschillen. ´

Dat regionale verschil in benadering van wildbeheer constateert ook beheerder Hans Gierveld van het Landgoed Twickel in Overijssel. `In Gelderland en Overijssel is traditioneel meer medewerking van autoriteiten bij jacht en wildbeheerplannen`, zegt hij. `Dat verschilt met bijvoorbeeld Noord Holland. Ik verwacht dan ook dat ons wildbeheer gewoon wordt aangemerkt als ´bestaand gebruik’, al zijn we nu nog vooral bezig met het vaststellen van zaken als de noodzakelijke grondwaterstand en ammoniakemissies.`

In de Provincie Noord Holland hingen wildbeheerders van de KNJV-afdeling recent collectief hun geweer aan de wilgen, nadat de gedeputeerden onwerkbare eisen opstelden bij schadebestrijding van ganzen. Zo moesten zij zich allen individueel 24 uur van te voren melden, en mocht alleen worden geschoten op ´invallende ganzen´, waarbij een willekeurige voorbijganger dan een klacht zou kunnen indienen als de ganzen niet ´invallend genoeg´zouden zijn. Dat zou boetes tot 1000 euro opleveren voor een economisch delict.

Hoewel invoering van Natura 2000 meer eenduidige richtlijnen kan geven, blijft juridisch de mogelijkheid voor regionale overheden om af te wijken. Zonder landelijke coördinatie is te verwachten dat die regionale verschillen ook blijven, zo blijkt bij navraag bij directeur van de 12 Landschappen, Hank Bartelink. Vanwege de emotionele gevoeligheid van het onderwerp jacht bij enkele van zijn leden, wil hij geen persoonlijk standpunt innemen over wildbeheer in De Landschappen.

 

Geld

 

Juist de komende magere jaren, met daarbij een Crisis en Herstelwet komt de natuur verder onder druk. Bartelink erkent dat de Landschappen het verkrijgen van meer geld als prioriteit hebben. Terwijl het grondbezit in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur groeit, staan de subsidies onder druk door de economische crisis. Eén mogelijkheid voor de terreinbeheerders om toch geld te krijgen, zou subsidie zijn voor het plaatsen van windmolens. Deze optie beschreef Pieter Joop van het Ministerie van LNV al in november 2009 in het Vakblad Natuur Bos en Landschap.

Maar internationaal staan andere manieren van bescherming centraal, sinds ‘duurzaam gebruik’in opmars is als filosofie. In ecologenvakblad De Levende Natuur van maart dit jaar benadrukt ook IUCN-directeur Willem Ferwerda de economische waarde van jacht als manier om ecosystemen te promoten.

In het kader van het vrijkomen van het rapport ‘The Economics of Ecosystems and Biodiversity’(TEEB, zie kader) stelt Ferwerda hier: ‘Met TEEB-systematiek in de hand, kun je je als natuurbeschermer beter in economische discussies mengen. Neem de waarde van een natuurgebied voor CO2-invang, waterbuffer, woongenot, voor natuurproducten als wild en paddestoelen.”De Provinciale Landschappen hebben deze internationale trend nog niet opgepikt.

Volgens Gabor von Bethlenfalvy, conservation manager van Face, de Europese jachtbelangenvertegenwoordiger valt juist hier een duidelijke slag te winnen voor jacht, en hun jachtterein: de natuur. `De EU Vogelrichtlijn en habitatrichtlijn erkennen volledig de legitimiteit van jagen als een vorm van duurzaam gebruik, met sociale, culturele, economische en ecologische voordelen’, zegt Bethlenfalvy.

“Omdat 99 procent van het land in de Europese Unie onder menselijk gebruik staat kun je kiezen. Je maakt er een afgesloten reservaat van, waarbij de overheid alle beschermingstaken op zich neemt. Maar het is waarschijnlijk goedkoper en effectiever dat je de mensen die het landschap gebruiken die taken laat uitvoeren. Juist het uitsluiten van lokaal gebruik heeft tot nu toe weinig succes gegeven bij natuurbescherming.`

Voorbeelden bestaan door heel Europa, zoals in Roemenië en Slovenië waar dankzij jachttoerisme op beren, de úrsu ook aandacht is voor habitatbescherming. Jachttoerisme vertraagt de verwerking van Roemeens eikenbos tot Ikeakast: er is een direct economisch belang van gebruikers om het te laten staan. Niet zo moreel verantwoord, maar het werkt.

 

Green Shoots

 

Door gewoon lang genoeg jezelf te blijven, wordt je vanzelf dus weer hip. Achteraf blijkt misschien dat jagers de natuur wel op een effectievere manier beschermen, en met minder publieke middelen dan andere partijen. Dat is een sterk argument in barre tijden. Met een geschat aantal van 7 miljoen jagers in Europa, die voor 120.000 banen zorgen bestaaat een groot netwerk van mensen die zelf actief in de natuur zijn, en daar ook voor betalen.`We zijn nu per land getallen aan het verzamelen, zodat we ook naar de Europese Unie toe en andere natuurorganisaties duidelijk ons punt kunnen maken’, zegt Von Bethlenfalvy.

Als voorbeeld voor een communicatief succesvol project van jagers in een land, kan het GreenShoots Programme dienen van de British Association for Shooting and Conservation. Zij lieten zien hoeveel tijd en geld jagers besteden aan hun ‘hobby’, het beheer van landschap en wild. De BASC is voor andere natuurbeschermers interessant, omdat haar leden toegang heeft tot veel particulier land.

Belangrijk bij het in 2000 gestarte Greenshoots-programma is vooral de samenwerking van jagers in het landelijke biodiversiteitsprogramma UK-BAP, samen met Natural England en Scottish Natural Heritage, een verband dat nu bij de KNJV. Dit zijn de lokale ‘Staatsbosbeheren’. In 2009 presenteerden de jagers de eerste resultaten van hun beheer in The House of Lords. In grote delen van het land bestonden nauwelijks goede gegevens over het voorkomen van soorten.

De achterban bracht in ruim 7000 vierkante kilometer gebied nauwkeurig die biodiversiteit in kaart. Invasieve soorten als de nerts werden verwijderd die watervogelpopulaties uitroeiden, heggen werden gerestaureerd en met de Wildlife Habitat Trust werd bijvoorbeeld patrijzenhabitat hersteld. “In feite deden de jagers gewoon wat ze anders ook al deden”, zegt Bethlenfalvy. “Alleen is het nu op een actievere manier naar buiten gepresenteerd.”

Wanneer die resultaatgerichte benadering de uitkomst wordt van Natura 2000, kunnen jagers zo dus voorop lopen, in plaats van defensief te reageren op minderheidsstandpunten of te klagen over wetgeving. “Jagers doden een dier, en dus zul je altijd weerstand houden”, verklaart Von Bethlenfalvy. “Maar we hebben een goed verhaal te vertellen, en richten ons daarom op de grote middengroep van natuurbeschermers die naar redelijke argumenten wil luisteren.”

 

 

Kaders///

 

De economie van jacht

 

De waarde van natuur is in geld uit te drukken, en dat is belangrijk wanneer een tegenstelling ontstaat tussen economie en natuur. De Crisis en Herstelwet zal weer veel jachtgrond opslokken. En ook zonder die wet, liggen de nodige aanslagen op jachtvelden in de planning. Een recent voorbeeld is de mogelijke aanleg van een vierbaans snelweg door Nationaal Landschap de Friese Wouden: vierbaans zou beter zijn voor de economie, dan het behoud van 2000 hectare natuurgebied en de realisatie van een tweebaans groen alternatief dat knelpunten oplost.

Economisch gezien kunnen jagers een sterke zaak hebben, om het behoud van een gebied in geld uit te drukken. Een sensus van de achterban van de British Association for Shooting and Conservation toonde in 2009 dat in Groot Brittannie ongeveer 480.000 jagers actief zijn, die een kwart miljard pond besteden aan natuurbescherming. Dat is iets meer dan de helft van het jaarbudget van het Wereldnatuurfonds.

De jagers spenderen 2,7 miljoen werkdagen aan beheer van in totaal 2 miljoen hectare landelijk gebied. Dat is tweederde van het totale landelijke gebied. Zij dragen voor 1,6 miljard pond bij aan de Britse economie. De KNJV heeft lang geleden zo’n sensus gedaan, maar volgens Face zou nieuwe informatie welkom zijn.

www.basc.org.uk/en/conservation/green-shoots/

 

The Economics of Ecosystems and Biodiversity (TEEB)

 

In eigen land werken economen als Arnold Heertje al jaren aan de promotie van waardevol landschap, in economische zin: hoe kun je natuurwaarde uitdrukken in geld. Want te vaak sneuvelt nog natuur, vanwege geldelijk gewin op korte termijn terwijl ieder nieuw gebruik van land het einde van het gebruik betekent van het oude land. Je vernietigt dus ook waarde. De aanpak is niet nieuw, economen als Roefie Hueting pleiten al sinds de jaren zeventig voor een ‘duurzaam nationaal inkomen’, dat ook gebruik van ruimte meerekent in het staatshuishoudboekje.

De Millenium Ecosystem Assessment van de UNEP (milieutak Verenigde Naties) in 2005 deed al een poging om die waarde te bepalen, door zogenaamde ‘ecosysteemdiensten’in geld uit te drukken. Te denken valt dan aan klimaatbuffering door opslag van neerslag, of juist waterbekkens tijdens droogte, opbrengsten aan oogst, medicijnen, bescherming van natuurbuffers tegen vloedgolven.

De TEEB is een nieuwe loot aan deze UNEP-boom, bedoeld om politici van de waarde te overtuigen van natuur. De methodiek blijft economisch schipperen. TEEB legt bijvoorbeeld de nadruk op ‘intacte’ecosystemen, maar in een open systeem kun je nooit bepalen wanneer iets compleet is en dus ‘meer waard’. Als bureaucratisch instrument voor waardebepaling heeft TEEB zeker een functie.

Zie www.teebweb.org