'wij tuinieren en daar zijn we trots op'

29-05-2010

Seger baron van Voorst tot Voorst (47) is directeur van Stichting Het Nationaal Park De Hoge Veluwe dat dit jaar 75 jaar bestaat. Hij beschermt de zelfstandigheid van het park, en daagt andere terreinbeheerders uit voor een vergelijkend warenonderzoek. ‘Ik durf de weddenschap aan dat wij op soortenbehoud minstens zo goed scoren.’

Van Voorst tot Voorst voert de nodige gevechten in natuurland. Als secretaris van de Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters procedeert hij tegen de Nederlandse staat, die de 3 grote terreinbeheerders zou voortrekken bij toewijzing van natuurgrond en beheerssubsidies. Ook streed hij tegen de gezamenlijke wildernisplannen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, het Ministerie van LNV en de provincie Gelderland.

In het plan Veluwe 2010 streefde dit kwartet naar begraasde procesnatuur voor de Midden en Zuid-Veluwe. Hierin zou de ‘doelsoort’het edelhert vrij van Oostvaardersplassen naar de grote rivieren moeten migreren. Naast snelwegen, landbouw en Veluwemeer was hier ook de omheining van De Hoge Veluwe een obstakel voor het vrije hert. En dus een doorn in het oog. Maar de baron hield voet bij stuk. Rond het park zouden geen hekken verdwijnen, hooguit komen nu op drie plaatsen in- en uitsprongen voor wild.

‘Wij verdienen ons geld met 500.000 betalende bezoekers’, zegt Van Voorst tot Voorst. ‘Wanneer je de omheining weghaalt en vrije toegang geeft, zet je de bijl aan de wortel van de bestaansbasis van ons park. Afgezien van projectsubsidies, zoals voor duur heidebeheer voeren wij een subsidie-onafhankelijke exploitatie. Die financiële onafhankelijkheid maakt juist, dat we niet iedere tien jaar van koers hoeven veranderen vanwege modieus beleid en subsidies.’

 

Open doel

 

Krijgt de baron de kans, dan profileert hij zich als praktijkmens met een dwarse visie op het Nederlandse natuurbeleid. Dit zou worden bepaald door ‘bureauecologen die niet weten dat je nat wordt als het buiten regent’, zo tekende het Vakblad Natuur Bos en Landschap dit voorjaar op. Op De Hoge Veluwe geen populaire procesnatuur met Schotse hooglanders. Het streefbeeld vormt al 75 jaar ‘het beste van de landschappen die we in 1900 hadden’.

Dit ouderwetse detailbeheer, en Van Voorst tot Voorst zijn tegendraadsheid stuitten de afgelopen vijf jaar op weerstand. ‘Ik heb me verbaasd over het fanatisme, dat bestaat bij het propageren van natuurvisies’, zegt Van Voorst tot Voorst. ‘Ik heb op de optiebeurs gewerkt: die wereld is hard. Ik heb in de politiek gezeten als statenlid: de politiek is gemeen. Maar in de wereld van natuurbeheer zijn sommigen hard én gemeen.’

Net als bij godsdienst zouden hier rekkelijken en preciezen rondlopen. “Met het gros kan ik goed overweg, maar een handjevol preciezen met onevenredige invloed wilde beslist de eigen visie opdringen’, zegt Van Voorst tot Voorst. ‘De rijkdom van de Veluwe bestaat juist bij gratie van dynamiek en afwisseling. Met één beheersvorm krijg je een bruine soep in plaats van die lappendeken. Als onze buren procesnatuur willen vind ik dat prima. Als wij ook maar ons eigen beheer kunnen voeren. Wij maken er geen geheim van dat we tuinieren. En daar zijn we trots op.’

Personen bekritiseren, daar laat de baron zich niet toe verleiden. Ook laat hij het beleid in procesnatuur-icoon de Oostvaardersplassen buiten schot. ‘Het verschil in beheer tussen onze gebieden is ook kleiner dan men zegt’, stelt Van Voorst tot Voorst. ‘Staatsbosbeheer schiet het overschot aan grazers dood als ze door de hoeven zakken, wij als ze nog kerngezond zijn. Bij de, wat mij betreft overdreven commotie over de sterfte van grazers kreeg Vera voor de camera van Twee Vandaag een schot voor open doel. Hij mocht uitleggen waarom de gang van zaken in de Oostvaardersplassen zo goed is, en dan zegt hij: het mag van de rechter. Ik voerde prima gesprekken met Vera en heb niets persoonlijks tegen hem, maar ben wel blij dat ik daar niet verantwoordelijk ben.’

Is er dus wel een objectief verschil in kwaliteit van beheer tussen particulieren en de grote natuurorganisaties? Wat Van Voorst tot Voorst betreft zou een vergelijkend warenonderzoek mogen plaatsvinden. ‘Ik leg graag al onze soortengegevens op tafel’, zegt hij. ‘Dan moet er wel een onafhankelijke commissie komen, met wetenschappers én praktijkmensen van verschillende bureaus die de toetsing doen. Dus niet weer alleen Alterra of Triple E (Gelders Bureau opgericht door Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten RZ). Wanneer je dan eerlijk het effect van beheer meet op instandhouding en vergroting van soortenrijkdom volgens Natura 2000, durf ik de weddenschap aan dat particuliere grondbezitters minstens net zo goed presteren.’