Hippiedochter zweert bij killerkinderen
![]() |
Roofvogels hebben een karakter dat het in een contactadvertentie slecht doet. Wispelturigheid is troef en liefde blijft vaak onbeantwoord. Toch zweren valkeniers bij zo’n partner. Zij bouwen een bijzondere band op met een vogel die zelf baas blijft:Nina Markx met Seppe en Mojito.
Het is de schrik van iedere valkenier die leidt tot tranen, hartverlamming of grove vloekwoorden. De valk, jarenlang een trouwe metgezel krijgt het tijdens de vrije vlucht op de heupen. Hij reageert niet op appél, laat zich niet langer lokken met lekkere hapjes en kiest het hazenpad. De valkenier blijft aan de grond genageld achter, zwaaiend met de loer en hopend dat de vogel terugkeert. Als het zendertje aan de vogel doodslaat is die hoop vergaan.
Het overkwam Nina Markx, Nederland’s eerste vrouwelijke beroepsvalkenier afgelopen mei. Haar favoriete valk Teun vloog weg tijdens verjagingswerk op stortplaats De Spinder bij Tilburg. Hier werkt Markx in vaste dienst bij Essent als valkenier en bestrijder van ongedierte. Tijdens een vlucht op kraaien reageerde Teun niet op Markx.
“Op de één of andere manier leek alles die dag verkeerd te gaan”, zegt Markx op haar werkplek De Spinder. “Ik liet Teun vliegen en hij cirkelde steeds hoger tot een wolk hem opslokte. Ik verwijt hem niks, alle fouten in de valkerij zijn in de eerste plaats aan de valkenier te wijten. Misschien was Teun in de war, ik reed ook in een andere auto dan normaal gesproken. Het heeft me wel een spontane hartverzakking opgeleverd. Teun is vaker weggevlogen, hij is zelfs een jaar lang verdwenen, maar ik heb een donker voorgevoel dat het deze keer definitief is.”
Killer
Seppe is nu de nieuwe favoriet voor het verjagingswerk bij Tilburg.Iedere dag tijdens de autorit richting werk zit deze roofvogel naast haar op de bijrijdersstoel, zijn veren poetsend. Samen met de vrouwelijke Smokey houdt dit vogelduo nu de stort vrij van meeuwen en kraaien. Smokey is de kluns van het stel, die haar naam kreeg door zich te laten verschroeien in de rookpluim van een biogas-fakkelinstallatie.
“Seppe is een echte killer, net als Teun, die was ook echt van No Mercy”, verklaart Markx haar liefde met brede glimlach. “Seppe is daarnaast ontzettend territoriaal, iedere onbekende die in de buurt komt valt hij aan. De vuilstort is nu zijn territorium. Als je straks buiten komt en hij vliegt los kun je daarom beter even een pet op zetten. Je zou niet het eerste slachtoffer zijn. Eerder viel Seppe al een milieuambtenaar aan, die op de stort kwam voor een controle. Voor die controleur er erg in had, zat het bloed op zijn gezicht. Niet leuk natuurlijk, maar eigenlijk was ik best een beetje trots.”
Seppe valt de meest onmogelijke prooien aan. “Afgelopen maand op de stort dook hij ineens weg en vond ik hem terug in een worsteling met een kat”, zegt Markx. “Gelukkig liet Seppe op tijd los. De kat rende weg, met nog een nagel van de vogel in zijn lijf. Je ziet het aan zijn voorteen, de klauw groeit nu recht terug. Dat lef en die felheid... Seppe denkt gewoon dat hij iedereen aankan, al is hij maar klein. Ook die stoere lui hier van de afvalbusiness zijn bang voor hem.”
Markx werkt nu drie jaar samen met Seppe. Ze kreeg hem van een Vlaamse valkenier die een zeldzame slaapziekte had. “Hij was boswachter en kon zomaar midden op de dag in slaap vallen, en daarom kon hij geen valkenier meer zijn”, zegt Markx. “Een hond blijft bij je liggen maar een roofvogel ben je dan kwijt. Hij moest dus met pijn in zijn hart de vogels van de hand doen. Later is hij me hier op de stort komen opzoeken. Ik liet Seppe op de boswachter afvliegen, en bij die reünie had hij de tranen in de ogen. Helaas, Seppe landde het liefste bij mij op de vuist ondanks al de jaren dat die boswachter zijn baasje was geweest. Je ziet, de liefde bij een roofvogel duurt nooit zo lang als die bij het baasje duurt.”
Het lijkt er op dat Markx de mannetjes steeds als favoriet kiest maar volgens haar is dit toeval. “Seppe is niet mijn favoriet omdat het een tarsel is, zoals Teun dat was”, zegt Markx over haar verloren partner. “Ik beschouw mezelf meer als een moeder die echt vertederd naar haar kinderen kan kijken, misschien ook omdat ik zelf geen kroost heb. Net als bij kinderen is het super om je vogels te zien ontwikkelen, ieder met een eigen karakter. Eerst zijn ze wild, je traint ze en geeft ze steeds meer vertrouwen tot ze als volleerd jager voor jou alleen werken.”
Hippies
Markx zelf werd per toeval door de valkerij gegrepen. “Ik had eerst een bureaubaan als ontwerper maar kwam via een advertentie in aanraking met beroepsvalkeniers’, zegt Markx. “Er stond een vacature open als educatief medewerker bij vliegdemonstraties in Safaripark Beekse Bergen. Plotseling zag ik dat het buiten vliegen met roofvogels gewoon je broodwinning kon zijn.”
Ze deelde al een belangrijke overeenkomst met valkeniers, Markx is niet voor de bureaustoel geboren. “Ik was vroeger al een echt buitenkind en dromer”, vertelt ze. “Ik ben opgegroeid op de bakermat van de valkerij, de Strabrechtse heide in de buurt van Valkenswaard, en daar zwierf ik altijd rond. Mijn ouders, vegetarische macrobiotische hippies uit de Randstad waren daarnaar toe verhuisd om voor Philips te werken. We woonden in echt zo’n durp, snap je, dat ik ontvluchtte en dan ging ik op pad, de schaapherders opzoeken.”
Bij haar intrede in het typische mannenwereldje van de valkerij, werd Markx schuin aangekeken. “Valkenier Willie Bus was één van mijn mentoren”,vertelt ze. “Die zei gewoon doodleuk dat vrouwen niet taai genoeg waren om valkenier te zijn. Je moet namelijk altijd met je vogels vliegen, ook als het vriest. Maar ik denk dat je als vrouw meer voordelen hebt, noem het buikgevoel. Je voelt de stemming van je vogels beter aan, en ziet vooraf wat een valk van plan is.”
Qua bikkelgehalte kon Markx zich al met de mannetjes meten. Ze was ook al de eerste vrouwelijke kandidaat voor de Camel Trophy, een offroadrace door de jungle. Via stages bij valkeniersvereniging Jacoba van Beieren, de Flanders Falconry Acadamy en Vlaams valkenier Ronnie Broos leerde Markx de kneepjes van het vak, terwijl ze hielp bij demonstratievliegen. Uiteindelijk kon Markx de felbegeerde valkeniersakte binnenslepen.
Markx trad na het demonstratievliegen in dienst trad bij het verjagingsbedrijf Flying Free. Dit was één van de eerste bedrijven die roofvogels inzette op stortplaatsen om meeuwen te verjagen. Met Rob van Dipten bouwde ze begin dit millennium het valkeniersbedrijf Birds at Work op.
Teun kwam in 1998 in dienst van Markx via een bekende Duitse kweker. Iets later kreeg ze haar eerste sakervalken Suske&Wiske, na een persoonlijk drama. De valk kwam van een bevriende valkenier in Antwerpen, die werd overreden door een tram. De man sprong ervoor toen hij een gewonde sperwer op straat wilde redden.
Opvolger
Nu favoriet Teun definitief gevlogen is, valt er een gat in het verjagingswerk. Seppe en Smokey zijn alleen geschikt voor lage vlucht, ze jagen als een havik laag vliegend achter een kraai, bijna als een vliegende hond die een haas achtervolgt. Voor het echte schrikeffect, nodig bij de dagelijkse verjaging is een valk nodig als angstgegner. De valk klimt hoog de lucht in. Als dan zijn ankersilhouet verschijnt boven de stort, stijgt het adrenalinepeil in meeuw en kraai instinctief. Deze slimme vogels kunnen aan de meeste roofvogels wel ontsnappen door wat trucjes, maar met een valk die vanuit de hoogte omlaag snelt valt door zijn snelheid niet te spotten.
Voor dit hoge vliegwerk lijkt nu een waardige vervanger op komst, die Teun moet doen vergeten. Een vrouwtje ditmaal; Mojito, een jonge Vlaamse slechtvalk met Arabisch bloed. “Dit wordt een echte kraaienkiller”, zegt Markx trots over haar nieuwe valk, die Markx over de stortplaats draagt om haar aan het terrein te laten wennen. “Ik vind haar zo mooi heh. En ze heeft het goede karakter dat me zo bij roofvogels aanspreekt. Het is gewoon een lekker naar secreet.”

